Zwijgprijzen

  

Iemand die een boek van 1051 pagina’s schrijft heeft dringend een AKO literatuurprijs nodig: hier heb je 50.000 euro voor de huur dus val ons voorlopig niet meer lastig met nog zo’n boek. Van der Heijden had er met zijn Tandeloze Tijd al een paar duizend pagina’s op zitten dus die prijs komt te laat. Met een flinke bonus vijf jaar geleden hadden we dit Schervengericht kunnen voorkomen.

 

Schrijvers beseffen niet wat ze ons lezers aandoen. Ze gaan altijd maar door. Als ik van elke Nederlandse schrijver één geweldig boek in de kast zou kunnen zetten kom ik al tien planken tekort, maar nee, ze willen met alle geweld in hun eentje een hele plank voor zichzelf. Ik heb drie boeken van Simon Vestdijk gelezen, mooi, maar “het gebergte in de Nederlandse literatuur” schreef er meer dan vijftig. Zo worden boekhandels groter dan Hornbach en wij knettergek. Stel je voor! Harry Mulisch besluit schrijver te worden, schrijft De ontdekking van de hemel, gaat vervolgens zeilen en je hoort nooit meer iets van hem. Dat zou het literatuurlandschap voor ons wat meer begaanbaar maken. Als ik Martin Ros op de radio hoor moet ik elke week tien boeken lezen van mij allemaal onbekende schrijvers en dat tempo haal ik in de verste verte niet. Één boek per schrijver doet ons al verdrinken in een zee van literatuur. Misschien is er hoop voor Dimitri Verhulst, die heeft nog niet zoveel geschreven maar dat is al zo prachtig dat ik hem de AKO zwijgprijs zou hebben gegeven: laat het zo! Hou op! Ga zeilen!

 

Gaat natuurlijk niet lukken. Je kunt zwijgprijzen uitdelen wat je wilt maar kunstenaars zijn niet te stoppen. Als een schrijver niet schrijft, een schilder niet schildert en een zanger niet zingt worden ze ongelukkig en krijgen ze enge ziektes. Voor de ware artiest is kunst produceren zo ongeveer hetzelfde als ademen. Dat moeten we hen niet beletten maar laten we dan wel tenminste 90% van hun werk in beslag te nemen en ter bescherming van de geestelijke volksgezondheid in onbereikbaar diepe zoutkoepels in betonvaten gieten. Tegen een gepaste schadeloosstelling, uiteraard. Betaal een schrijver zijn hele leven vorstelijk voor één boek.

 

Er zijn helaas maar weinig kunstenaars die zonder zwijgprijzen hun mond kunnen houden. Ik heb even naar de nieuwe driehonderdachtenveertigste CD van Paul McCartney geluisterd, mijn hemel wat een ellende! John Fogerty heeft er minder op zijn naam staan maar wat ik gisteren op de radio hoorde was ook weer zo’n hopeloos mislukte poging om dertig jaar na dato in de buurt proberen te komen van Proud Mary en Who’ll stop the rain. Ik blader door het complete werk van Picasso en dat kost me een uur. Ook voor misschien wel de grootste kunstenaar van de twintigste eeuw geldt dat je nog een behoorlijk deel van zijn werk zou kunnen missen.

 

Ik heb na lang zoeken maar paar een paar echte zwijgers gevonden. J.D. Salinger heeft in veertig jaar geloof ik maar twee boeken geschreven en allebei prachtig. Patti Smith maakt niet meer dan één CD in de tien jaar en die heb ik ook allemaal. Ik wil niet weten hoeveel onuitgebracht materiaal ze nog thuis heeft liggen en ik wil het niet horen ook. Hopelijk is ze zo verstandig om dat allemaal voor haar dood ook onherroepelijk te vernietigen want anders gaan dweperige nabestaanden daar weer hele CD-boxen van uitgeven.

 

Maar wie durft de overdaad op een brandstapel te gooien? Hoeveel kunst komt er elke dag bij en hoeveel wordt er vernietigd? Ik bezocht een kunstweekend in Bergen en stelde vast dat Nederland dichtgroeit met kunst. Een mevrouw maakte best mooie bloemenschilderijen, waarschijnlijk één per dag want het hele huis hing van onder tot boven vol. Dat wordt nog wat als we die mevrouwen allemaal zwijgprijzen moeten gaan uitdelen. Een Gemeentekunstreiniging is misschien toch een beter idee. Die komt dan elke dag haar nieuwe schilderij ophalen.

 

12 november 2007