West
Quarter
Dus
’s avonds meteen die dikke pil gepakt die al een jaar op mijn nachtkastje lag
te wachten: De Ramp van Cees Slager,
verschenen naar aanleiding van de 50ste verjaardag van de watersnood
van 1953. Het is niet het eerste boek met die titel want als kind zat ik vroeger
al wel eens gefascineerd in het bekende gelijknamige fotoboek uit de jaren 50 te
bladeren. Oude vrouwen die in roeiboten worden gehesen, drijvende koeien,
eindeloze grauwe watervlakten op korrelige zwart wit foto’s. Brrrr.
We
kunnen nu wel ach en wee roepen over wat er allemaal in New Orleans mis is
gegaan maar wij konden er in Zeeland ook wat van. Het boek vermeldt een
overvloed van anecdotes en ooggetuigenverslagen die gekenmerkt worden door
chaos, verbijstering, ongeloof en gebrek aan communicatie. Het KNMI had al in
begin van de avond van zaterdag 31 januari een alarmtelegram doen uitgaan met de
waarschuwing “gevaarlijk hoog water”. Ze hadden liever “zeer gevaarlijk
hoog water” willen schrijven, maar die categorie bestond niet in het protocol
dus dat durfden ze niet op te schrijven. Dat telegram is vrijwel nergens in
Zeeland aangekomen want op stormwaarschuwingen diende je geabonneerd te zijn en
de overgrote meerderheid van de Zeeuwse waterschappen en dijkgraven had geen
abonnement. Het KNMI probeerde de radionieuwsdienst ANP er nog toe over te halen
om in verband met de gevaarlijke situatie te blijven uitzenden, maar alle
zenders gingen die zaterdag braaf en onverbiddelijk om 24:00 uur met het
Wilhelmus uit de lucht.
Pas
in de loop van zaterdagavond ontstond in Zeeland zelf bij enkele directe
ooggetuigen bezorgdheid omdat het water op diverse plaatsen over de zeedijken
begon te slaan, terwijl het op dat moment láág water was en tegen vier uur
‘s nachts nog springvloed werd verwacht. Vele zenuwachtige ondergeschikten
hebben in die bewuste rampnacht dijkgraven en burgemeesters gebeld of anderszins
uit bed proberen te rammelen, maar de meesten deden niet veel meer dan mompelen
dat het vast zo’n vaart niet zou lopen en draaiden zich nog eens lekker om.
Als ze al wakker werden. Veel burgervaders namen de telefoon niet op omdat het
gerinkel in de gang beneden teveel door de gure wind om het burgemeestershuis
overstemd werd om tot de bedstee boven door te dringen. Gealarmeerde vissers die
op eigen houtje de dorpsklok wilden gaan luiden konden de sleutel van de toren
niet vinden, en ook na het forceren van de deur bleek het klokgelui door de wind
te worden overstemd. Een kleine minderheid vloog ’s nachts de dorpen en
boerderijen in de polders rond om iedereen “wakker te kloppen”. Soms moest
er daarvoor een steen door de ruit aan te pas komen. Pas dan verscheen er een
hoofd door een raam en werd het duidelijk dat er echt iets ernstigs aan de hand
was.
Uiteindelijk
zijn de meeste dodelijke slachtoffers die nacht in hun slaap verrast zonder zich
van enig gevaar bewust te zijn geweest. In de tijdig gewaarschuwde dorpen vielen
nauwelijks doden te betreuren. Dat kan van New Orleans helaas niet gezegd
worden, want hoewel de waarschuwingen al dagen niet van de lucht waren heeft een
grote groep mensen niet tijdig willen of kunnen vluchten. Een ander groot
verschil is dat New Orleans in zijn geheel in één keer onder is gelopen,
terwijl Zeeland uit een lappendeken van binnenpolders bestaat. Omdat die door
sluizen en binnendijken van elkaar gescheiden waren konden sommigen daarvan
droog blijven en als toevluchtsoord of uitvalsbasis voor het reddingswerk
dienen.
Maar ja, wat heeft New Orleans aan die wijsheid? In een stad leg je geen binnendijken aan. En wat leren wij hiervan? Dat we ons in onze rampenplannen nog wel eens goed achter de oren mogen krabben over de omvang van het een en ander. Het zoals in 1953 met een paar roeiboten langs de boerderijen gaan is met onze huidige bevolkingsdichtheid niet meer voorstelbaar. Hoe evacueer je een Vinexwijk die 2 meter onder water staat? Niet dus. Op tijd wegwezen, daar zullen de blauwdrukken klaar voor moeten liggen.