To Russia, with love

Een bezoek aan een buitenlands congres levert altijd weer een hoop stof tot nadenken en sterke verhalen op, dus ik vrees dat U voorlopig nog niet van mij af bent. Wij bevonden ons ditmaal enige dagen in Wenen op het jaarlijkse congres van de Europese regionaal economen. In een romantische opwelling nam ik de trein in plaats van het vliegtuig met het voornemen om tegen de avond in een vijfsterren restaurantiewagon een Wiener schnitzel te bestellen met uitzicht over de voorbijglijdende Alpen. Ik had niet goed op de kaart gekeken, want we kwamen helemaal niet door de Alpen, maar voor het overige mag ik U allen dit vervoermiddel van harte aanbevelen. Vrijwel geluidloos zweefde ik door het landschap in een 6-persoonscoupé voor mij alleen en slechts twee keer 5 minuten overstappen. Eerste klas natuurlijk, want dat is nog altijd een stuk goedkoper dan opgevouwen in de KLM.

Zoals het in den vreemde hoort ben ik er ook dit keer weer in geslaagd om zoveel mogelijk Nederlandse collega’s te mijden, hetgeen overigens nog niet meevalt want de lage landen zijn doorgaans massaal vertegenwoordigd. Dit jaar werden we echter voor het eerst onder de voet gelopen door een Spaanse invasie van meer dan 60 deelnemers op een totaal van 500. Een blik op de bijdragen deed vermoeden dat men daar een geslaagde greep in de kas van Brussel heeft gedaan, want zo ongeveer elke Spaanse presentatie had wel iets met Europees beleid of Europese ontwikkeling te maken. Fraaie theoretisch klinkende papertitels eindigden echter meestal met “, the case of ...” en dan volgde de naam van een ons onbekende Spaanse regio. De congresorganisatie had zich veel moeite getroost om deze overvloed wat gespreid over het programma te doseren, maar kon niet voorkomen dat verschillende sessies in hun geheel uit Spaanse bijdragen bestonden. De tragische afloop van dit alles was dat twee van deze sessies slechts werden bezocht door de voorzitter, de discussant en de presentatoren zelf. Alle Spanjaarden bleven weg, want het ging over Spanje, en alle niet-Spanjaarden bleven ook weg, want het ging alleen maar over Spanje.

Een tweede congresbezoekregel die ik altijd aanhoud ligt misschien wat minder voor de hand en betreft mijn exclusieve voorkeur voor vrouwelijke deelnemers. Afgezien van een enkele presentatie waar ik echt heen wilde, vormde een blik op de voornamen mijn gewenste gids door het programma. Of dit nu voortkomt uit mijn behoefte om ons Nederlandse woestijnlandschap in dit opzicht tenminste een keer per jaar te mogen ontvluchten, of uit een Freudiaanse verkenning van de Europese huwelijksmarkt, het zal allebei wel een rol spelen. In ieder geval lag de vrouwelijke deelname ver boven het Nederlandse gemiddelde en ben ik ook in deze opzet uitstekend geslaagd. Reeds de eerste avond bevond ik mij in het aangename gezelschap van drie aantrekkelijke dames uit - waar anders - Spanje. Nadat wij gezamenlijk op de foto waren gezet brak er grote hilariteit uit toen ik een van hen mijn kaartje overhandigde en het hoekje eraf scheurde, waar nog mijn oude privé adres op stond. Ik heb ze maar in de vrolijke waan gelaten dat dat was opdat mijn vrouw deze foto niet onder ogen zou krijgen. Verder voerde ik enige goede gesprekken met afgezantes uit Turkije, Oostenrijk en Duitsland en werd vrijwel onder tafel gedronken door een buitengewoon pittige tante uit Finland, die opnieuw mijn vooroordeel bevestigde dat de Finnen niet alleen de leukste, maar ook zonder arrogantie de meest zelfverzekerde en bekwame deelnemers zijn. Op het slotdiner bleek de eerste prijs voor jong aanstormend talent natuurlijk naar een Fin te gaan. Hou ze in de gaten die Finnen!

De meeste tijd mocht ik echter doorbrengen met verreweg de mooiste vrouw van het congres, een Russische diva met lang zwart haar en de grootste bril die van mijn leven heb gezien, en met dat onweerstaanbare zware brabbelengels van de slechterikken in oude James Bond films. Zij gaf mij een aardig doorkijkje op het chaotische leven in Rusland op dit moment, niet door die bril overigens, want als ik die langer dan één seconde op had begon het hele congres voor mijn ogen te draaien. Zij fladderde voortdurend van de ene belangrijke man naar de andere en gooide al haar niet geringe charmes in de strijd, wanhopig op zoek naar opdrachten en projecten die nog wat contant geld in haar laatje konden brengen. Ze had in Moskou zes banen tegelijk, ook in het bedrijfsleven, maar werd net als de mijnwerkers gewoon niet betaald. Voor haar laatste project kreeg ze als betaling enige maanden een gratis huishoudster in haar gratis appartement dat ze aan haar vorige opdracht had overgehouden. Haar salaris van een andere opdrachtgever in Siberië bestaat letterlijk uit olie, althans enige waardepapieren in deze, die ze vervolgens weer in de supermarkt probeert te besteden.

Druk articulerend zette ze haar enorme bril om de vijf seconden op en af om alle mannen nog eens extra smekend aan te kijken, maar zwaaiend met haar bril was ze natuurlijk stekeblind en kwam daardoor tijdens het congres twee keer ten val, want ook Wenen heeft stoepranden. Ik bracht een onvergetelijke middag winkelend met haar door en was haar voortdurend kwijt omdat ze overal in- en uit rende. Aan mijn arm meegesleurd betraden wij een juwelier, waar zij plotseling toch over de nodige contanten bleek te beschikken om een prijzige halsketting aan te schaffen, terwijl ik net vertederd had vastgesteld dat ze een door haar valpartijen gescheurde nylon weer eigenhandig met een zwart draadje had hersteld. In mijn beste Duits verzocht ik de verkoper om consideratie met mijn Russische te hebben omdat haar roebels elke dag minder waard werden, en wist hem zowaar nog tot een extra korting om te praten. Onze reisvergoeding is immers niet van dien aard dat ik zelf in deze aanschaf kon participeren, hoe graag ik het haar ook had gegund. We waren de winkel nog niet uit of ze liet mij even alleen voor een vrouwelijke aanschaf die mij toch niet zou interesseren. Net toen ik had besloten dat ik haar nu toch echt was kwijtgeraakt, kwam ze uit de menigte tevoorschijn en bleek de halsketting alweer te hebben teruggebracht. Uit haar warrige uiteenzetting maakte ik op dat deze operatie slechts was bedoeld om een aankoopbewijs te versieren voor onduidelijke Russische belastingredenen, hetgeen bij mij de wat filosofische overpeinzing deed bovendrijven wat ze zou hebben gedaan als ik aan de ketting had meebetaald. Het was echter op niets uitgelopen want ze had het bonnetje weer in moeten leveren.

Gelukkig kwam het congres de volgende dag tot een eind, want toen zij in een oogverblindend gewaad op het sjieke slotdiner verscheen begon ik zo langzamerhand verliefd op haar te worden. Als mijn voornamelijk afwezige tafeldame zweefde ze slechts knabbelend op een blaadje sla in een laatste offensief door de zaal van de ene belangrijke tafel naar de andere, hetgeen opnieuw hilariteit opleverde onder mijn drie Spaanse vriendinnen die gelukkig nog aan mijn andere zijde waren aangeschoven. Ik heb met haar onder de kroonluchters nog een Weense wals gedanst en na afloop elders in besloten kring een laatste glas geheven, maar toen werd het haar teveel en barste ze in huilen uit bij het vooruitzicht naar het uitzichtloze Moskou te moeten terugkeren. Al dat gefladder had haar namelijk niets concreets opgeleverd. Mij restte slechts de melancholische taak om haar terug naar haar hotel te begeleiden, want verdere avances van mijn kant zouden niet alleen vruchteloos maar ook ongepast zijn geweest. Zij is terug to Russia, with love.

Dirk Stelder