Schaal
Ik dacht laatst bij een niet al te grootschalig concert van Tori Amos in de Heineken Music Hall terecht te komen. Doe eens een gooi, daar gaan niet meer dan een man of 3-4 duizend in. Groter hoeft niet, zo behoort een popconcert te zijn. Jammer dat die tent naar die bieroplichters is genoemd, maar wel het beste geluid dat ik ooit op een popconcert heb gehoord. Je hoefde je buurman niet eens in zijn oor te schreeuwen of ie een biertje wilde en toch stond de Bösendörfer van Tori goed in de maag. Ik kreeg onmiddellijk ernstige brandstichtneigingen. Tot de grond toe afbranden die Oosterpoort! Die grote zaal is al sinds mensenheugenis een doffe ellende, hoeveel gehoorbeschadigingen zal ik daar in de loop der jaren hebben opgelopen? Bij Herman Brood liep mijn toenmalige zwangere vrouw bij het eerste nummer de zaal al weer uit want mijn aankomende oudste zoon begon heftig schoppend te protesteren tegen de misselijk makende onderbuikse dreungolven.
Ik dwaal nu alweer af, het ging me om de schaal. De HMH (klinkt al wat minder bierig, die houden we er in) is dus niet meer dan zo ongeveer twee keer het goeie ouwe Amsterdamse Concertgebouw. Ja toe, opa, vertel, vertel!! Daar zag ik als broekje the Eagles, the Band, Roxy Music, Doobie Brothers, Jethro Tull, Procol Harum, Lou Reed en ga zo nog maar even door. Op twee meter afstand zag ik goeie ouwe Lou (hij is trouwens weer in aantocht las ik vandaag!) zijn nepjunkie act afsteken waar de hele muziekpers zo van onder de indruk was. O wat geweldig! Kunst met een grote K en toch zwaar aan de heroïne, zo zagen wij het graag. Hij wankelde over het podium, kon elk moment in elkaar storten, greep naar de microfoonstandaard en greep mis, zo ver was hij heen. Dachten we. Mooi niet, want ik zag wel dat hij tegelijkertijd met twee vingers naar achter wees als regie naar de band dat ze twee maten later moesten stoppen. Wat heb ik gelachen, allemaal nep!!! Hij mankeerde helemaal niks en had het allemaal perfect onder controle.
Zulke dingen zie je alleen op kleine schaal, al kon ik deze keer helaas niet goed naar voren dringen om Tori eens van dichtbij te bekijken. De schaal aan de overkant was heel andere koek want daar stond de Arena. Eerst dacht ik jeemig wat een mensenmassa, allemaal voor Tori gekomen! Hotdogs en friettenten zo ver het oog reikt, je gleed een kilometer lang uit over de mayonaise terwijl wij in onze onschuld hadden gedacht om vooraf daar "ergens nog even wat te gaan eten". Nee, geen Torigangers, het Arenamonster was toe aan zijn eerste avond van een serie van vijf om tienduizenden lemmingen op te slurpen voor Geer en Goor en die derde visboer waarvan de naam me nu even niet te binnen wil schieten. Toppers! Dat brengt een mens natuurlijk onmiddellijk tot filosofische overpeinzingen. Er zijn twee mogelijkheden in het leven. De eerste optie is om rüchtsichtlos je eigen weg te volgen, rare onnavolgbare muziek te maken die nauwelijks mee te zingen is en als het je na jaren hard werken meezit heb je een HMH vol liefhebbers. De tweede optie is om paar idioten om je heen te verzamelen en een tv-seizoen elkaar gierend van de lol in de billen te knijpen en hup, de Arena is vol!
Kwaliteit of schaal, daar raak je nooit over uitgepraat. Economisch gezien is de laatste optie natuurlijk veel verstandiger. Veel opbrengsten en weinig kosten. Tori sleept altijd haar eigen Bösendörfer mee - een gepeperde vrachtbrief van de KLM - en heeft er thuis nog drie staan. Die zijn 130.000 per stuk, al zal ze nog wel wat korting krijgen. Hoe zit het met de Toppers? Hadden die überhaupt wel een band meegenomen? Waarschijnlijk wel, staat altijd leuk maar dat was natuurlijk helemaal niet nodig. Een Cdspelertje op het podium en druk maar op play, evengoed garant voor de hele avond dolle pret.
Mijn mooiste leedvermaak las ik de volgende dag in de krant want als brandstichter sta ik niet alleen! Het geluid was bij de Toppers zo verschrikkelijk slecht geweest dat een deskundige voorstelde om de Arena maar plat te gooien.