No sex in the city

 

Waar kijken we het liefste naar? Naar wat we zelf niet zijn. De vrouwen van Nederland verdringen zich voor de kassa van Sex and the City maar lopen zelf allemaal in een spijkerbroek. Ik kan het weten want ik ben een man en ik let er op. Loop een dag door de stad en ga SATS vrouwen tellen. Minimale eisen: jurk of mantelpak met hoge hakken. Voor een heel uur heb je meestal aan de vingers van één hand genoeg. Je gaat aan jezelf twijfelen, bestaan die SATS vrouwen wel echt? Waar zijn ze dan? Zap een avond door alle Amerikaanse soaps heen en het stikt ervan. Mijn absolute favoriet is Kitty Montgomery van Dharma & Greg in haar knetterblauwe mantelpakje. Maar ik heb nog nooit een echte Kitty gezien, kijk zelf uit je raam: nergens een te bekennen!

 

Vorige maand was ik in Rome en dacht eindelijk! Dat wordt smullen. Niets daarvan, alleen maar spijkerbroeken. Ook de Italiaanse SATS vrouw is uitgestorven. Vanuit de trein naar het vliegveld heb ik een uur lang duizenden Italiaanse forenzen naar hun werk zien stromen en waarachtig, ik heb er één gezien! Ze stond op het perron in een eenvoudige mooie jurk met zwarte hoge hakken en zonnebril. Niets bijzonders eigenlijk, gewoon mooi zoals alle vrouwen in La Dolce Vita over het doek schrijden. Ja hallo, die film is van 1960! Klopt! We moeten terug, ver terug, naar de tijd van mijn moeder voor het vrouwelijke straatbeeld. Op alle familiefoto’s uit de jaren 50 en 60 draagt zij en alle andere vrouwen jurken en hoge hakken. 

 

Toch hangen de winkels vol met mooie SATS kleren. Die worden massaal ingekocht maar blijven vervolgens in de kast hangen. Voor speciale gelegenheden die nooit komen. Als man moet je praten als Brugman om je vrouw in die mooie jurk te krijgen. De meest geuite mompeling van de Nederlandse vrouw aan het kledingrek: “wanneer dráág je zoiets”. Jesus! Trek het in godsnaam één keer aan! Als je naar die film gaat met je vriendinnen! Wij mannen nemen een biertje op het terras en kunnen de feiten vaststellen: er ís helemaal geen sex in the city.

 

Dirk Stelder

12 juni 2008