Het Belgische model

Als kritische wetenschappers mochten wij laatst een bezoek aan Brussel brengen. Het betrof een workshop over de voortgang van het door de EU gefinancierde “cluster on socio-economic impacts of transport investments and policy and network effects”, waar aandacht werd besteed aan de stand van zaken van – daar gaat ie – IASON, SASI, CGEurope, SCENES, E3ME, ASTRA, TRANSECON, TIPMAC en TEN-STAC. Ik ga deze modelafkortingen niet allemaal langs, want dan is mijn column al vol, maar de eerstgenoemde dekt redelijk de lading van alle andere: Integrated Assessment of Spatial EcOnomic and Network Effects of Transport Investments and Policies. Het cluster wordt gevormd door een bont gezelschap van rond de 50 wetenschappers uit 6 landen, voornamelijk economen en transportdeskundigen, die een groot aantal verschillende modellen hebben ontwikkeld om allerlei effecten van diverse varianten van toekomstig Europees infrastructuurbeleid door te rekenen.

Het werd een ware catwalk van economische modellen, die elk met de nodige zwier de laatste modesnufjes toonden in ruimtelijk economenland. Zoals het een goede ontwerper betaamt vindt elke econooom zijn eigen model natuurlijk het beste. Je moet dus een beetje voorzichtig zijn als je het werk van een ander maar niks vindt, zeker als je nog verder moet samenwerken, en helemaal als, zoals in dit geval, de opdrachtgevers achter in de zaal zitten. Wat moeten die van hun duur betaalde project denken als de wetenschappers elkaar onderling de grond in boren? Maar ja, dan moet je net die vervelende Groningers hebben. Nadat wij zoals gebruikelijk weer eens teveel lastige vragen hadden gesteld werden we in de koffiepauze even sussend apart genomen. “Don’t be too harsh on these guys, they also have to make a living”.

Natuurlijk moest ik weer onbedoeld op een gevoelige teen trappen. Mij verslikkend in allerlei modelafkortingen had ik het in plaats van SASI ineens over het STASI model. Laten die lui nou net uit Duitsland komen, waar ze bovendien nogal gesteld zijn op academische eerbiedwaardigheid. Bij de borrel probeerde ik het nog met een grapje goed te maken, verwijzend naar hun grondig gedetailleerde kaarten van Europese vervoersstromen. “On second thoughts your model is indeed a STASI model in the sense that you monitor everything”. Mmmm, ook dat vonden ze niet echt leuk. Ik ben niet geschikt voor dit soort bijeenkomsten.

De grootste bedreiging voor het seminar werd echter gevormd door de copieuze lunches. De Belgische lekkernijen stapelden zich hoog op de tafels en bordjes, terwijl de obers ons een goed glas wijn probeerden aan te smeren. Als je dan al wat beneveld denkt dat je alles hebt gehad, loopt het water je nogmaals in de mond bij de aanblik van grote zilveren schalen met zulke verschrikkelijk lekkere gebakjes dat je voor een onmogelijk keuzeprobleem komt te staan. Als je er een uitkiest moet je tien andere laten liggen. Onmogelijk. De enige werkbare oplossing is om er dan maar twee of drie te nemen. Het onvermijdelijke gevolg is desastreus voor de eerste spreker na de middag, vooral als die zich met het moeizame Engels van een Zwitser door zijn lezing sleept. Ik voelde zware gewichten aan mijn oogleden hangen, maar omdat ik nogal vooraan zat kon dat toch echt niet. Verwoed vechtend tegen de slaap wierp ik stiekem een korte blik om mij heen en telde direct vier collega’s, die ook zo onopvallend mogelijk de ogen niet meer open hielden.

Gelukkig wordt de schade na afloop weer ingehaald, want de echte discussies vinden natuurlijk op het terras plaats, of ‘s avonds als het gastronomische Brussel nader wordt verkend. Dat tart helemaal elke Hollandse beschrijving. Alleen daarvoor zou je al accuut op een EU-bureaucratenbaan solliciteren. Restaurants en gezellige eetterrasjes zover het oog rekt, een weelde aan buiten op vers ijs uitgestelde oesters, die door obers met tuinslangen schoon worden gespoten, ik wist niet eens dat er zoveel soorten waren. Het schijnt allemaal uit Nederland te komen, maar wij vangen ze alleen maar, de Belgen eten ze op. Je kunt geen twee stappen zetten of je wordt al zo ongeveer naar binnen getrokken met aanbiedingen van gratis flessen wijn.

De conclusie die ik aan het seminar overhield was duidelijk. Eten en drinken, daarin zijn de Belgen de wereldtop. Die afscheiding is een treurige vergissing, ze moeten onmiddelijk weer bij ons koninkrijk worden ingelijfd. Ik ga meteen een EU-subsidievoorstel schrijven voor het door mij te ontwikkelen GABNETR model: Gastronomical Assesment of Belgium-Netherlands Reintegration. Hebben we er gelijk weer een model bij voor de volgende workshop.