Da Vinci gedecodeerd

Hoe komt het dat bijna altijd één boek, film, CD, of website zoveel populairder is dan alle andere alternatieven? In de wereld van de statistiek staat dit verschijnsel bekend als de machtsverdeling. Simpel gezegd: website nummer 1 wordt twee maal zoveel bekeken als nummer 2, drie maal zoveel als nummer drie enzovoorts. Een helemaal perfecte machtsverdeling zie je natuurlijk weinig, maar meestal zit je met deze schatting aardig in de buurt. Van het nummer 1 boek in 2004 de Da Vinci Code werden in Nederland 412.000 exemplaren verkocht en van de nummer twee Europa van Geert Mak 230.000. In de buurt van de helft dus. Schrijft Dan Brown twee zo goed als Geert Mak? Nee, zegt Clay Shirky, een Amerikaanse socioloog, die onlangs dezelfde machtsverdeling nog eens opnieuw vaststelde voor de populariteit van weblogs*. Met kwaliteit, smaken en voorkeuren behoeft het niets te maken te hebben. Ook al zouden onze voorkeuren willekeurig over de bevolking verdeeld zijn en zou de kwaliteit van de weblogs al net zo willekeurig bij deze voorkeuren aansluiten, dan nog komen er uiteindelijk maar een paar weblogs boven drijven die huizenhoog boven de andere uitsteken. Ook al is elk boek even goed en vinden we allemaal alle boeken even goed dan nog prijkt er vroeg of laat een bestseller boven aan de verkooplijst, die honderdduizenden exemplaren verkoopt terwijl honderden andere even goede boeken onverkoopbaar in de ramsj terecht komen.

Dat is natuurlijk raar maar Shirky komt met een verklaring die buitengewoon simpel is en overeenkomstig het wetenschappelijke principe van het Scheermes van Occam is de eenvoudigste verklaring altijd de beste. Uit al die willekeurigheid rolt uiteindelijk een machtsverdeling omdat mensen elkaars voorkeuren en keuzes beïnvloeden. Stel 100 mensen stellen elk voor zichzelf een boeken top tien vast. Hoe willekeurig onafhankelijk die 100 lezers ook zijn en hoe gelijkwaardig al die boeken, het leidt onvermijdelijk tot een gemiddelde top tien van boeken die net een paar stemmen meer krijgen dan de andere boeken. Stel er komen vervolgens 100 lezers bij die ook een top tien gaan samen stellen. De keuze van die tweede 100 lezers is niet langer even onafhankelijk als die van de eerste groep omdat de tweede groep kennis heeft genomen van de top tien van de eerste groep. Dat kan via de media zijn maar ook via het netwerk dat door de gezamenlijke 200 lezers wordt gevormd. Als A een vriend is van B zal A ook wel nieuwsgierig zijn naar de boeken die B zo goed vindt. Als vervolgens C uit een derde groep van 100 lezers een vriend is van A én B zal die nog extra nieuwsgierig worden naar een boek dat A en B allebei goed vinden. En zo ontstaat onder invloed van een soort zichzelf versterkende zwaartekrachtwerking een steeds grotere samenklontering van een paar bestsellers die extreem  boven het maaiveld uitsteken.

In al zijn eenvoud is deze verklaring toch wel een soort ontcijfering van de Da Vinci Code maar er zijn natuurlijk wel maren. Niet alle boeken zijn even goed en bestaat er niet ook nog zoiets als “kwaliteit verloochent zich niet?” Het antwoord van Shirky luidt jazeker, maar naarmate het netwerk en het aantal alternatieven zich uitbreidt wordt het voor een nieuwkomer wel steeds moeilijker om ooit nog eens tot de top tien door te dringen. Een succesvolle strategie zou in ieder geval moeten inhouden dat je je eigen netwerkverbindingen zoveel mogelijk activeert en ervoor zorgt dat belangstelling van anderen voor jouw product, boek of website weer terechtkomt bij kennissen en contacten van die belangstellenden etc. Het bekender maken van een website door zoveel mogelijk links elders aan te brengen, de rangorde in zoekmachines op te hogen e.d. is allemaal op die netwerkgedachte en de zwaartekrachtwerking van Shirky gebaseerd.

Wat heeft dit nu met ruimtelijke economie te maken? Alles! In de ruimtelijke verdeling van de bevolking en werkgelegenheid over de steden geldt namelijk in grote lijnen ook dezelfde machtsverdeling, die bekend staat als de Wet van Zipf. De grootste stad van een land is in veel gevallen ongeveer tweemaal zo groot als de  tweede stad, driemaal zo groot als de derde stad enzovoorts. In Nederland klopt dat niet zo erg, maar in de USA bijvoorbeeld wel. De aanvankelijke reden voor het ontstaan van een stad kan wel bijvoorbeeld een gunstige geografische ligging aan een natuurlijke haven zijn, maar volgens Shirky hoeft dat niet perse. Een grote stad kan in zijn visie ook volkomen toevallig ontstaan. Chicago wordt in ons vakgebied wel een als voorbeeld genoemd.

Het zichzelf versterkende mechanisme dat grotere steden groter doet worden wordt op allerlei manieren economisch verklaard maar in essentie zit daar dezelfde zwaartekrachtwerking achter.  Het meest verontrustende aan dit verhaal is echter de kennelijke hardnekkigheid van een eenmaal ontstane machtsverdeling. Als je de aanvankelijke race verloren hebt, of er te laat bij was, win je het nooit meer. Een grote stad krijg je nooit meer van zijn plaats en een dunbevolkte regio zal nooit nog een grote stad worden. Voor een regionaal-economische beleidsmaker, die een economisch perifere regio omhoog in de vaart der volkeren wil stuwen is dat niet iets om vrolijk van te worden.

 

*www.shirky.com/writings/powerlaw_weblog.html